Overslaan en naar de inhoud gaan
Al onze kaarten zijn reproducties van de hoogst mogelijke kwaliteit. Verzendkosten €10,-

Wist u dat…

Een paar cartografische weetjes om mee te pronken — over kaarten die niet op het noorden staan, leeuwen die landen voorstellen, en zeemonsters die méér waren dan alleen versiering.

Het noorden stond lang niet boven

Er is geen natuurkundige reden om het noorden bovenaan een kaart te zetten — het is puur gewoonte. Onderzoek van kaarthistoricus Peter van der Krogt laat zien hoe die gewoonte ontstond: van de kaarten uit de periode 1150-1500 had pas 37% het noorden boven (de rest koos oosten, westen of zuiden), in 1500-1550 was dat opgelopen tot 57%, en pas tussen 1550 en 1600 werd noorden-boven met 94% de overtuigende standaard. Dat viel samen met de herontdekking van Ptolemaeus’ werk en de opkomst van de globe.

Een leeuw als landkaart

Op veel van onze zeventiende-eeuwse Nederland-kaarten ziet u een leeuw: de Leo Belgicus. De Oostenrijker Michael von Aitzinger bedacht het beeld in 1583 en liet Frans Hogenberg het graveren: de kustlijn van Noord-Frankrijk tot Den Helder vormt de rug van de leeuw, de Waddeneilanden de manen, en Gelderland en Limburg de poten. Claes Jansz. Visscher maakte er in 1609 een beroemdere, zwaardzwaaiende versie van, als symbool van de Nederlandse strijd om onafhankelijkheid tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Bekijk het resultaat op onze pagina over Braun en Hogenberg.

Zeemonsters waren geen loze versiering

De fantasiewezens op zeekaarten waren niet alleen decoratief. Onbekend of gevaarlijk water werd letterlijk gevuld met monsters, zowel als waarschuwing als om een blinde vlek op de kaart op te vullen. Rijkelijk versierde kaarten verkochten bovendien beter: hoe fraaier de kaart, hoe eerder hij als kunstwerk aan de wand kwam te hangen in plaats van in een la te verdwijnen.

Cartouche en windroos

De sierlijke omlijsting waarin titel, schaal en soms de naam van de kaartmaker staan, heet een cartouche — vaak rijk versierd met bladmotieven, wapenschilden of allegorische figuren, en een plek waar de graveur zijn vakmanschap kon tonen. De windroos, met acht, zestien of tweeëndertig punten, gaf zeevaarders de windrichtingen en de bijbehorende kompaslijnen om op open zee een koers te bepalen: praktisch instrument en decoratief element ineen.

Meer lezen