Overslaan en naar de inhoud gaan
Al onze kaarten zijn reproducties van de hoogst mogelijke kwaliteit. Verzendkosten €10,-

Zo leest u een stadsplattegrond van Jacob van Deventer

De plattegronden die Jacob van Deventer rond 1545 tekende, zien er op het eerste gezicht uit als vrolijk ingekleurde tekeningen. Dat zijn ze niet. Elke kleur, elk symbool en elke schaalverhouding is bewust gekozen en overal hetzelfde. Wie de code kent, leest er veel meer uit.

Ingekleurde stadsplattegrond van Brielle door Jacob van Deventer, met rode huizen, blauw water en groen weiland

Stadsplattegrond van Brielle door Jacob van Deventer. Publiek domein.

Een vaste schaal: ongeveer 1:8.000

Van Deventer streefde bij vrijwel al zijn plattegronden naar dezelfde schaal, ongeveer 1 op 8.000. Dat klinkt als een technisch detail, maar het is de belangrijkste eigenschap van de hele reeks. Doordat alle steden op dezelfde maat staan, kunt u ze onderling vergelijken. Legt u de plattegrond van een kleine Twentse stad naast die van Dordrecht, dan ziet u meteen hoeveel groter de een was dan de ander — iets wat bij losse, elk op eigen maat getekende kaarten onmogelijk is.

Hij mat de steden waarschijnlijk op met een boussole, een kompas met vizier, en stapte de afstanden af. Op de bewaarde werkexemplaren zijn nog minuscule prikgaatjes te zien: de punten waar hij zijn passer in het papier zette. Voor de ligging van kerktorens en poorten gebruikte hij vermoedelijk voorwaartse insnijding, de methode die zijn tijdgenoot Gemma Frisius had beschreven.

De kleurcode

De inkleuring is geen versiering maar een legenda. Van Deventer gebruikte overal dezelfde combinaties:

  • Rood — gewone huizen en woonbebouwing.
  • Witte gevels met blauwe daken — de gebouwen die ertoe deden: kerken, kloosters, stadhuizen, poorten.
  • Blauw — water: grachten, rivieren, vestinggrachten.
  • Lichtgroen — weiland en laag, nat land.
  • Donkergroen — bos.
  • Donkergroene strepen — beplanting langs een weg.
  • Donkergroene stippen op een lichte ondergrond — struikgewas en ruigte.
  • Beige — zand en hoger gelegen grond.

Ziet u dus op een plattegrond een wit huis met een blauw dak buiten de muren staan, dan wist Van Deventer dat daar iets bijzonders stond: meestal een klooster of een gasthuis.

Symbolen en vogelvlucht door elkaar

Belangrijke gebouwen tekende hij in vogelvluchtperspectief, met een herkenbare toren of gevel. Gewone huizen werden juist teruggebracht tot een simpel vierkantje, en bosjes tot een krul. Die mengvorm — een platte kaart met daarin driedimensionale gebouwtjes — is typerend voor de zestiende eeuw en maakt de plattegronden meteen herkenbaar.

Let ook op wat er búiten de muren staat. Van Deventer tekende het omringende land met evenveel zorg als de stad zelf: akkers, molens, galgenvelden, kapellen, wegen. Waar het blad te klein werd, plakte hij er gewoon een extra strookje papier aan vast om het toch kwijt te kunnen.

Minuut of net: twee soorten bladen

Van elke stad bestaan in principe twee versies. De minuut is het werkexemplaar: volledig uitgewerkt, maar met zichtbare correcties en aantekeningen. In 1859 werden er 152 van teruggevonden. De netversie is de definitieve, versierde uitvoering die in drie atlasbanden naar Spanje ging; twee daarvan liggen nog in de Biblioteca Nacional in Madrid, de derde is verloren. Van in totaal ruim 220 steden is minstens één van beide versies bewaard gebleven.

Ziet u op een reproductie doorhalingen of een net iets slordiger handschrift, dan kijkt u dus waarschijnlijk naar een minuut — en daarmee naar het blad dat Van Deventer zelf in het veld bij zich had.

Verder lezen en zelf kijken

Over zijn leven en de opdracht waaruit deze reeks voortkwam, schreven wij een aparte pagina: Jacob van Deventer. Alle plattegronden uit onze collectie staan bij elkaar in de categorie Stadsplattegronden. Mooie voorbeelden om de kleurcode op te oefenen zijn Vlissingen en Gorinchem, allebei uit 1545 en allebei getekend vóór de vestingbouw die deze steden later ingrijpend zou veranderen.

Bronnen: Bram Vannieuwenhuyze, De stadsplannen van Jacob Van Deventer (Bladwijzer, Histories vzw) en het onderzoeksprogramma Explokart van de Universiteit Utrecht.