Poster, giclée of museumkwaliteit
Drie woorden die vaak door elkaar worden gebruikt, terwijl ze iets heel verschillends beloven. Het verschil zit in de druktechniek, het papier en het formaat — en die drie bepalen samen wat er over dertig jaar nog aan uw muur hangt.
Wat een poster is
Een poster wordt in oplage gedrukt op een standaardformaat: dertig bij veertig, vijftig bij zeventig. Dat is prettig voor de lijstenhandel, maar een oude kaart heeft zich daar nooit iets van aangetrokken. Een zeventiende-eeuwse stadsplattegrond past zelden precies in zo’n verhouding, dus wordt hij bijgesneden, met witte randen opgevuld of licht opgerekt.
Het papier is doorgaans machinaal gestreken en glad, gemaakt om egale kleurvlakken goed weer te geven. Voor een filmposter is dat precies goed. Voor een kopergravure, waarvan de charme in duizenden dunne lijntjes zit, minder. Reken op twintig tot veertig euro, zonder lijst.
Wat giclée betekent
Giclée is de naam die in de kunstwereld wordt gebruikt voor inkjetdruk van reproductiekwaliteit. In plaats van vier drukplaten met een vast rasterpatroon spuit de printer minuscule druppels inkt op het papier, uit acht tot twaalf verschillende inkten in plaats van vier. Er ligt geen raster dat u op een halve meter afstand ziet, en de overgangen in een ingekleurde kaart — het bruin van een cartouche, het verschoten groen van een polder — lopen vloeiend in elkaar over.
Het tweede verschil zit in de inkt zelf. Pigmentinkt bestaat uit vaste kleurdeeltjes en is lichtecht; de kleurstofinkten uit goedkopere printers lossen op in vloeistof en verbleken sneller. Hoe wij dat in de praktijk doen, staat op Drukproces en materiaal.
Waarom het papier het halve verhaal is
Papier vergeelt niet vanzelf. Het vergeelt door zuur en door lignine, het bindmiddel dat in houthoudend papier achterblijft — krantenpapier is daarvan het bekendste voorbeeld. Papier dat bedoeld is om te bewaren wordt daarom zuurvrij en ligninevrij gemaakt, uit katoenlinters of alfacellulose.
Wij drukken op zwaar aquarelpapier van Hahnemühle, een Duitse papiermakerij die sinds 1584 papier maakt — ouder dus dan de meeste kaarten die wij verkopen. Voor hun fine-artpapier stelt Hahnemühle eigen eisen: zuurvrij en ligninevrij, lichtbestendig gedurende ten minste honderd jaar, en die lichtbestendigheid laten ze toetsen bij onafhankelijke instituten als Wilhelm Research en FOGRA. Het papier heeft een lichte structuur: geen glanzende fotoprint, maar iets dat dichter bij oud papier staat.
Het formaat van het origineel
Wij drukken elke kaart op de maat waarop hij ooit is gegraveerd. Daarom lopen de formaten in onze winkel door elkaar: de ene kaart is duidelijk breder dan hoog, de andere bijna vierkant. Dat is geen slordigheid maar het uitgangspunt.
Een plattegrond die is opgerekt naar een standaardmaat klopt niet meer met zichzelf. De schaalstok onder aan het blad — bij oude kaarten vaak een fraai getekend liniaal met passer — wijst dan naar een afstand die niet meer bestaat.
Wat museumkwaliteit bij ons betekent
Museumkwaliteit is geen beschermde term; iedereen mag het opschrijven. Bij ons staat het voor de combinatie: lichtechte inkt op zuurvrij Hahnemühle-papier, op het formaat van het origineel, met een zuurvrij dubbel passe-partout en een lijst die in onze eigen lijstenmakerij in Hengelo op maat wordt gemaakt. De kleurechtheid houden we onder normale omstandigheden ten minste tachtig jaar aan, en bij elke kaart zit een certificaat met de gegevens van de reproductie.
Onze prijzen liggen tussen €129,50 en €239,50, inclusief lijst en dubbel passe-partout. Een poster is goedkoper, maar daar komt het inlijsten nog bij — en een op maat gesneden dubbel passe-partout in een houten lijst is nu juist het kostbare deel. Meer daarover leest u op Inlijsten.
