Overslaan en naar de inhoud gaan
Al onze kaarten zijn reproducties van de hoogst mogelijke kwaliteit. Verzendkosten €10,-

Auteur: wouter

VN stemt voor nieuwe wereldkaart: Afrika krijgt eindelijk zijn ware grootte

VN stemt voor nieuwe wereldkaart: Afrika krijgt eindelijk zijn ware grootte

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft op 4 september 2026 met grote meerderheid gestemd vóór een resolutie die landen, onderwijsinstellingen en techbedrijven aanspoort om over te stappen op een wereldkaart die de werkelijke oppervlakte van landen en continenten correct weergeeft. Aanleiding is de eeuwenoude Mercatorprojectie, die Afrika al sinds 1569 fors kleiner laat lijken dan het in werkelijkheid is.

Wereldkaart in Mercatorprojectie, waarbij Groenland even groot lijkt als Afrika

Wereldkaart in Mercatorprojectie: Groenland lijkt hier even groot als Afrika, terwijl Afrika in werkelijkheid ruim veertien keer zo groot is. Beeld: Strebe, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.

Een kaart met een geschiedenis

De Vlaamse cartograaf Gerardus Mercator ontwierp zijn projectie in 1569, in een tijd waarin Europese ontdekkingsreizigers vooral behoefte hadden aan een kaart waarmee ze met een rechte lijn en een vaste kompaskoers van A naar B konden varen. Die eigenschap maakte de Mercatorprojectie enorm bruikbaar voor de navigatie — en dat is precies de reden dat hij eeuwenlang de standaard wereldkaart is gebleven, tot in schoolatlassen en navigatie-apps van vandaag.

Het probleem zit in de keerzijde van diezelfde eigenschap: om hoeken en rechte koerslijnen correct te houden, worden gebieden ver van de evenaar sterk uitvergroot, terwijl gebieden rond de evenaar juist te klein worden weergegeven. Het bekendste voorbeeld: op een Mercatorkaart lijkt Groenland ongeveer even groot als Afrika. In werkelijkheid past Afrika er ruim veertien keer in.

Het alternatief: de Equal Earth-projectie

De resolutie beveelt aan om voortaan de Equal Earth-projectie te gebruiken, een kaartprojectie die in 2018 werd gepresenteerd door cartograaf Tom Patterson en collega’s. Equal Earth geeft de oppervlakte van landen en continenten wél naar verhouding weer — Afrika, Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië krijgen daardoor eindelijk de omvang die ze verdienen. De prijs daarvoor is dat vormen van landen iets minder exact worden weergegeven dan op sommige andere projecties, maar voor onderwijs, media en algemeen gebruik weegt dat volgens de opstellers van de resolutie niet op tegen het voordeel van een eerlijker wereldbeeld.

De aanloop: de “Correct The Map”-campagne

De stemming is het resultaat van een campagne die al langer liep. Onder de naam “Correct The Map” riepen organisaties als Africa No Filter en Speak Up Africa, met steun van de Afrikaanse Unie, op om de Mercatorkaart in te ruilen voor een kaart met eerlijke verhoudingen. AU-vicevoorzitter Selma Malika Haddadi wees erop dat de verkleinde weergave van Afrika doorwerkt in media, onderwijs en beleid wereldwijd — en zo bijdraagt aan een onderschatting van het continent.

Togo nam vervolgens het voortouw om de kwestie voor de VN te brengen. Minister van Buitenlandse Zaken Robert Dussey benadrukte dat het wat hem betreft geen politieke, maar een wetenschappelijke kwestie is: “Een eerlijke kaart verandert de geografie van de wereld niet, maar wel hoe we naar die wereld kijken.” Volgens Dussey is de resolutie niet bedoeld om de Mercatorprojectie te veroordelen of één projectie verplicht te stellen, maar om bewustzijn te creëren over de beperkingen van elke platte wereldkaart.

De uitslag

De resolutie werd aangenomen met 164 stemmen voor, 1 tegen en 6 onthoudingen. Alleen de Verenigde Staten stemden tegen; Estland, Georgië, Litouwen, Moldavië, Servië en Oekraïne onthielden zich. De Amerikaanse afvaardiging omschreef de resolutie als onderdeel van “een veel groter en radicaler ideologisch project”, en had met name bezwaar tegen verwijzingen naar herstelbetalingen en “cognitieve rechtvaardigheid” in de tekst.

Frankrijk liet via minister van Buitenlandse Zaken Jean-Noël Barrot weten voortaan de voorkeur te geven aan kaarten die de werkelijke oppervlakte nauwkeuriger weergeven.

Een VN-resolutie is niet bindend: geen enkel land is verplicht om de Mercatorkaart daadwerkelijk te vervangen. Toch verwachten waarnemers dat vooral onderwijsinstellingen en techbedrijven — denk aan de kaarten in schoolboeken en navigatie- en kaarten-apps — de komende jaren zullen overstappen, nu de VN zich er expliciet over heeft uitgesproken.

Kaarten als spiegel van hun tijd

Wat dit nieuws voor ons extra interessant maakt, is dat het weer eens laat zien dat geen enkele wereldkaart neutraal is. Elke cartograaf — of het nu Gerardus Mercator in 1569 was, Willem Blaeu in de Gouden Eeuw, of de makers van Equal Earth in 2018 — maakte keuzes die de blik van zijn tijd weerspiegelen. Dat is precies waarom antieke landkaarten zoveel meer vertellen dan alleen geografie: ze zijn een venster op hoe mensen honderden jaren geleden naar de wereld keken.

Lees verder

Leo Belgicus uit 1583: kaart van de Nederlanden in de vorm van een klimmende leeuw, gegraveerd door Frans Hogenberg

Nieuwe historische atlas: de Lage Landen tussen 1440 en 1559

Nieuwe historische atlas: de Lage Landen tussen 1440 en 1559

Op 2 juli verscheen bij uitgeverij Omniboek de Historische atlas van de Lage Landen 1440-1559 van de Belgische historicus Sieg Monten. Het boek behandelt precies de eeuw waarin de gewestgrenzen ontstonden die u een eeuw later op de kaarten van Blaeu en Janssonius terugziet.

Leo Belgicus uit 1583: kaart van de Nederlanden in de vorm van een klimmende leeuw, gegraveerd door Frans Hogenberg

Een woelige eeuw

De atlas begint in 1440, rond de verkiezing van Frederik III tot Rooms-koning, en eindigt in 1559, wanneer Filips II voorgoed uit de Nederlanden vertrekt. Daartussen zit een eeuw van oorlogen, opstanden, diplomatiek geschuif en gebiedsherindeling: de Bourgondische en later Habsburgse hertogen brengen de losse gewesten stap voor stap onder één gezag. Monten verdeelt dat verhaal over 448 pagina’s en zeventien speciaal voor het boek getekende kaarten.

Waarom dit voor kaartenliefhebbers uitmaakt

De indeling die u op een zeventiende-eeuwse provinciekaart ziet, is geen zeventiende-eeuwse uitvinding. Het Sticht Utrecht, het hertogdom Brabant dat dwars over de latere staatsgrens liep, de vier kwartieren van Gelre, Stad en Lande in Groningen — die eenheden waren in 1559 al oud. Blaeu en zijn tijdgenoten tekenden dus grenzen die zij zelf niet hadden bedacht en die in hun tijd deels al achterhaald waren.

Precies in het midden van deze periode, rond 1545, trekt Jacob van Deventer door de Nederlanden om de steden op te meten. Wie de politieke kaart van die jaren kent, snapt beter waarom sommige steden toen al muren en bolwerken hadden en andere niet.

Historische atlas of oude kaart?

Het woord atlas kan verwarrend zijn. Een historische atlas zoals deze bevat kaarten die vándaag getekend zijn om een situatie uit het verleden uit te leggen: overzichtelijk, met moderne kleuren en heldere legenda’s. Een oude kaart is het omgekeerde: die is in de betreffende periode zelf gemaakt, met de kennis, de fouten en de vormgeving van dat moment.

Allebei hebben ze hun waarde, en ze vullen elkaar goed aan. De zeventien kaarten van Monten laten zien hóe het zat. Een blad van Blaeu of Janssonius laat zien hoe men het in die tijd zélf zag — inclusief de gebieden waar de kaartenmaker duidelijk gokte. Wie ze naast elkaar legt, ziet precies waar de zeventiende-eeuwse voorstelling afweek van wat we nu weten.

Slotdeel van een reeks

Sieg Monten (1972) studeerde geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven en woont in Brussel. Hij schreef eerder twee delen over de vroegere middeleeuwen: 814-1256 en 1257-1439. Dit derde deel sluit de reeks af, maar is los te lezen — u hoeft de voorgangers niet in huis te hebben.

Praktisch

Sieg Monten, Historische atlas van de Lage Landen 1440-1559. Uitgeverij Omniboek, gebonden, 448 pagina’s, 15 × 22,9 cm, met zeventien kaarten. Adviesprijs € 32,99; als e-boek € 14,99. Verschenen op 2 juli 2026.

Wilt u de kaarten uit deze periode zelf zien? Kijk dan bij de categorie Nederland, waar onder meer de Leo Belgicus van Aitzinger uit 1583 staat — de kaart die de Nederlanden voor het eerst in de vorm van een klimmende leeuw afbeeldde.

Lees verder

Zeventiende-eeuwse handgekleurde kaart van het graafschap Zutphen met rivieren, dorpen en een inzet van de stad

Leg de Blaeu-kaart van uw stad over de kaart van nu

Leg de Blaeu-kaart van uw stad over de kaart van nu

De Universiteitsbibliotheek Utrecht liet 847 kaarten uit Joan Blaeus Atlas Maior en Toonneel der Steden georefereren. Ze zijn gratis te bekijken via Old Maps Online, en u kunt ze als doorzichtige laag over een moderne kaart schuiven. Voor wie een Blaeu aan de muur heeft, is dat een verrassende manier om er nog eens naar te kijken.

Zeventiende-eeuwse handgekleurde kaart van het graafschap Zutphen met rivieren, dorpen en een inzet van de stad

Wat georefereren eigenlijk is

Een scan van een oude kaart is om te beginnen niet meer dan een plaatje. De computer weet niet waar op aarde die afbeelding hoort. Bij georefereren lost u dat op door herkenbare punten aan te wijzen: een kerktoren, een riviermonding, een stadspoort, een kruispunt dat er nu nog is. Elk punt op de oude kaart wordt gekoppeld aan hetzelfde punt op een moderne kaart.

Met genoeg van die koppelingen kan software de scan draaien, schuiven en oprekken tot hij op zijn plek valt. Daarna kunt u de oude kaart als halfdoorzichtige laag over de moderne leggen en met een schuifje heen en weer gaan tussen toen en nu. Alle vervorming van de oude kaart blijft zichtbaar — en dat is juist het interessante.

847 kaarten uit twee beroemde werken

Het project omvat kaarten uit twee uitgaven van Joan Blaeu. De grootste bijdrage komt uit de Atlas Maior, tussen 1662 en 1672 in Amsterdam verschenen en met recht het grootste en duurste boek van de zeventiende eeuw genoemd: naast de kaarten telt het zo’n 3.000 pagina’s tekst. Daaruit zijn 594 kaarten opgenomen.

Daarnaast komt materiaal uit het Toonneel der Steden, Blaeus stedenboek met de plattegronden van de Nederlandse steden. Over dat werk schreven wij eerder een uitgebreide achtergrondpagina: De stedenatlas van Blaeu uit 1649.

Door vrijwilligers gedaan

Het georefereren zelf is niet door een machine gedaan maar met crowdsourcing: vrijwilligers wezen kaart voor kaart de herkenningspunten aan. Dat is werk waar mensenogen nog altijd beter in zijn dan software, omdat u moet herkennen dát een bocht in een rivier dezelfde bocht is, ook als de kaartenmaker hem vier eeuwen geleden een slag te ruim tekende. De Utrechtse bibliotheek zette het project op via de Georeferencer-toepassing en heeft er inmiddels vervolgprojecten met andere delen van de kaartencollectie aan vastgeknoopt.

Zo vindt u ze

Ga naar oldmapsonline.org en zoek op de term Blaeu. U kunt ook eerst inzoomen op een plaats en dan filteren op periode; de kaarten die het gebied bedekken verschijnen dan vanzelf in de resultaten. Wie een gratis account aanmaakt, kan de scans in hoge resolutie downloaden en ze in GIS-software zoals ArcGIS gebruiken.

Wat u te zien krijgt

Vier eeuwen verschil, en dat valt in Nederland vooral op bij water. Meren die zijn drooggemalen, een Zuiderzee die geen Zuiderzee meer is, rivierlopen die zijn verlegd, en stadswallen die tegenwoordig singels of een rondweg zijn. Op stadsplattegronden is het aardigst om te kijken hoever de bebouwing réikte: waar Blaeu nog akkers tekende, ligt nu vaak een woonwijk uit de jaren zestig.

Zoekt u de kaart die bij uw eigen exemplaar hoort, kijk dan ook eens op onze pagina over de firma Blaeu voor de achtergrond bij de verschillende uitgaven en jaartallen.

Lees verder

Ingekleurde stadsplattegrond van Brielle door Jacob van Deventer, met rode huizen, blauw water en groen weiland

Zo leest u een stadsplattegrond van Jacob van Deventer

Zo leest u een stadsplattegrond van Jacob van Deventer

De plattegronden die Jacob van Deventer rond 1545 tekende, zien er op het eerste gezicht uit als vrolijk ingekleurde tekeningen. Dat zijn ze niet. Elke kleur, elk symbool en elke schaalverhouding is bewust gekozen en overal hetzelfde. Wie de code kent, leest er veel meer uit.

Ingekleurde stadsplattegrond van Brielle door Jacob van Deventer, met rode huizen, blauw water en groen weiland

Een vaste schaal: ongeveer 1:8.000

Van Deventer streefde bij vrijwel al zijn plattegronden naar dezelfde schaal, ongeveer 1 op 8.000. Dat klinkt als een technisch detail, maar het is de belangrijkste eigenschap van de hele reeks. Doordat alle steden op dezelfde maat staan, kunt u ze onderling vergelijken. Legt u de plattegrond van een kleine Twentse stad naast die van Dordrecht, dan ziet u meteen hoeveel groter de een was dan de ander — iets wat bij losse, elk op eigen maat getekende kaarten onmogelijk is.

Hij mat de steden waarschijnlijk op met een boussole, een kompas met vizier, en stapte de afstanden af. Op de bewaarde werkexemplaren zijn nog minuscule prikgaatjes te zien: de punten waar hij zijn passer in het papier zette. Voor de ligging van kerktorens en poorten gebruikte hij vermoedelijk voorwaartse insnijding, de methode die zijn tijdgenoot Gemma Frisius had beschreven.

De kleurcode

De inkleuring is geen versiering maar een legenda. Van Deventer gebruikte overal dezelfde combinaties:

  • Rood — gewone huizen en woonbebouwing.
  • Witte gevels met blauwe daken — de gebouwen die ertoe deden: kerken, kloosters, stadhuizen, poorten.
  • Blauw — water: grachten, rivieren, vestinggrachten.
  • Lichtgroen — weiland en laag, nat land.
  • Donkergroen — bos.
  • Donkergroene strepen — beplanting langs een weg.
  • Donkergroene stippen op een lichte ondergrond — struikgewas en ruigte.
  • Beige — zand en hoger gelegen grond.

Ziet u dus op een plattegrond een wit huis met een blauw dak buiten de muren staan, dan wist Van Deventer dat daar iets bijzonders stond: meestal een klooster of een gasthuis.

Symbolen en vogelvlucht door elkaar

Belangrijke gebouwen tekende hij in vogelvluchtperspectief, met een herkenbare toren of gevel. Gewone huizen werden juist teruggebracht tot een simpel vierkantje, en bosjes tot een krul. Die mengvorm — een platte kaart met daarin driedimensionale gebouwtjes — is typerend voor de zestiende eeuw en maakt de plattegronden meteen herkenbaar.

Let ook op wat er búiten de muren staat. Van Deventer tekende het omringende land met evenveel zorg als de stad zelf: akkers, molens, galgenvelden, kapellen, wegen. Waar het blad te klein werd, plakte hij er gewoon een extra strookje papier aan vast om het toch kwijt te kunnen.

Minuut of net: twee soorten bladen

Van elke stad bestaan in principe twee versies. De minuut is het werkexemplaar: volledig uitgewerkt, maar met zichtbare correcties en aantekeningen. In 1859 werden er 152 van teruggevonden. De netversie is de definitieve, versierde uitvoering die in drie atlasbanden naar Spanje ging; twee daarvan liggen nog in de Biblioteca Nacional in Madrid, de derde is verloren. Van in totaal ruim 220 steden is minstens één van beide versies bewaard gebleven.

Ziet u op een reproductie doorhalingen of een net iets slordiger handschrift, dan kijkt u dus waarschijnlijk naar een minuut — en daarmee naar het blad dat Van Deventer zelf in het veld bij zich had.

Verder lezen en zelf kijken

Over zijn leven en de opdracht waaruit deze reeks voortkwam, schreven wij een aparte pagina: Jacob van Deventer. Alle plattegronden uit onze collectie staan bij elkaar in de categorie Stadsplattegronden. Mooie voorbeelden om de kleurcode op te oefenen zijn Vlissingen en Gorinchem, allebei uit 1545 en allebei getekend vóór de vestingbouw die deze steden later ingrijpend zou veranderen.

Bronnen: Bram Vannieuwenhuyze, De stadsplannen van Jacob Van Deventer (Bladwijzer, Histories vzw) en het onderzoeksprogramma Explokart van de Universiteit Utrecht.

Lees verder

Zeventiende-eeuwse kaart van Friesland met Vlieland, Terschelling en Ameland, getiteld Frisia Occidentalis

Boekentip: Historische atlas van Zuidoost-Friesland

Boekentip: Historische atlas van Zuidoost-Friesland

Bij uitgeverij Thoth verscheen de Historische atlas van Zuidoost-Friesland, met als ondertitel Het andere Friesland. Het gaat over de streek die op de klassieke Friese kaarten het minste detail krijgt: het veengebied tussen Heerenveen, de Stellingwerven en de Drentse grens.

Zeventiende-eeuwse kaart van Friesland met Vlieland, Terschelling en Ameland, getiteld Frisia Occidentalis

Het andere Friesland

Wie aan Friesland denkt, denkt aan zeedijken, terpen en de elf steden. Dat is ook het Friesland dat de zeventiende-eeuwse kaartenmakers het liefst tekenden: de kust, de Middelzee, de kloosters, de vaarwegen. Deze atlas kijkt bewust de andere kant op, naar het zuidoosten. Naar Heerenveen, Oranjewoud, Beetsterzwaag, Wolvega en de Stellingwerven. Geen klei maar zand, veen en heide.

De auteurs zijn Bert Looper, Meindert Schroor en Dennis Worst. Zij volgen het gebied vanaf de ijstijden, die het zandlandschap vormden waarop later het hoogveen groeide, tot en met de wederopbouw na 1950 en de opkomst van Heerenveen als sportstad.

Turf maakte de landgoederen

Het interessantste hoofdstuk voor wie oude kaarten verzamelt, gaat over de turfwinning in de zestiende en zeventiende eeuw. Het hoogveen werd systematisch afgegraven en per schip naar de steden gevaren. De Friese adel verdiende daar goed aan, en dat geld is nog terug te zien in het landschap: de buitenplaatsen bij Oranjewoud, Beetsterzwaag en Wolvega staan er dankzij het veen.

Dat verklaart ook waarom u op een oude kaart van deze streek soms rechte lijnen ziet die nergens toe lijken te leiden. Dat zijn geen wegen maar vaarten: gegraven kanalen om de turf af te voeren. Wie ze kent, leest een kaart van dit gebied ineens heel anders.

Schansen aan de oostgrens

De atlas besteedt ook aandacht aan de verdedigingswerken uit de Tachtigjarige Oorlog. Het veengebied was moeilijk begaanbaar en juist daarom strategisch: wie de smalle zandruggen bezette, controleerde de doorgang naar Friesland. Op verschillende kaarten uit die periode duiken de schansen op als kleine, geometrische stervormen langs de oostrand.

Heerenveen: één dorp, drie grietenijen

Een aardig voorbeeld van wat het veen met de kaart deed, is Heerenveen zelf. De plaats ontstond pas rond 1551, toen drie ondernemers — Pieter van Dekema, Kuik en Foits — het veen in de omgeving opkochten. In 1556 groeven zij de Heeresloot, later gevolgd door de Schoterlandse Compagnonsvaart, met daarop haaks de smalle wijken om het veen te ontwateren en de turf per schip af te voeren.

Op het kruispunt van die vaarten groeide in de zeventiende eeuw een markt- en handelsplaats. Bestuurlijk bleef het echter een merkwaardig geval: Heerenveen lag verdeeld over drié grietenijen tegelijk. Ten zuiden van de Veenscheiding lag Schoterland, ten oosten Aengwirden en ten westen Haskerland. Pas in 1934 werden die tot één gemeente samengevoegd.

Dat verklaart iets wat op oude kaarten verwarrend kan zijn: zoekt u Heerenveen op een zeventiende-eeuwse grietenijkaart, dan vindt u het niet als zelfstandige plaats met een eigen blad. Het staat aan de rand van drie verschillende kaarten, telkens net half in beeld.

Wat u eraan heeft bij een oude kaart

De atlas bevat 150 kleurenillustraties, waaronder veel historisch kaartmateriaal. Dat maakt hem bruikbaar naast de kaarten uit onze eigen collectie. In de categorie Friesland staan onder meer zeven grietenijkaarten uit 1664 — een detailniveau dat de rest van Nederland pas met de gemeenteatlas van Kuyper in 1867 kreeg. Wie zo een kaart aan de muur heeft en wil weten waaróm zijn streek er zo uitziet, vindt in deze atlas de uitleg.

Praktisch

Bert Looper, Meindert Schroor en Dennis Worst, Historische atlas van Zuidoost-Friesland. Het andere Friesland. Uitgeverij Thoth, gebonden, 80 pagina’s, 24,5 × 33 cm, 150 illustraties in kleur. ISBN 978 90 6868 883 2. Adviesprijs € 31,95.

Lees verder